De omgeving rondom de kerncentrale van Tsjernobyl is ernstig besmet met radioactieve straling. Veel mensen kennen dat woord, en bij sommigen, met name bij Oekrainers, bezorgt het woord 'straling' de koude rillingen. Straling is onzichtbaar, onhoorbaar, en heeft geen geur. Het is misschien juist die ongrijpbaarheid die straling het meest angstaanjagend maakt. Straling kan dodelijk zijn, het kan stralingsziekte veroorzaken en kanker, en verwerkt in bommen kan het dienen als massavernietigingswapen. Maar straling kan ook gebruikt worden voor röntgenfoto's, en bij de behandeling van kanker. Het kan een gif zijn of een medicijn. Maar wat is straling nou eigenlijk precies?
OVER ATOMEN
Het hele universum, of althans ons hoekje daarvan, is opgebouwd uit atomen. De atoom ligt aan de basis van alle materie. Atomen zijn niet zichtbaar voor het blote oog, en ook onder een microscoop zijn ze niet waar te nemen. Pas met een krachtig apparaat als een 'electronenmicroscoop' worden atomen genoeg vergroot om zichtbaar te worden. Er zijn verschillende soorten atomen, en deze zijn geördent in het 'periodiek systeem der elementen'. Voorbeelden van deze elementen (atomen) zijn: lood, koolstof, waterstof en magnesium, maar ook metalen en edelmetalen als goud en zilver zijn atoomsoorten en vallen onder het periodiek systeem.
Iedere atoom is opgebouwd uit nóg kleinere deeltjes, namelijk protonen, neuronen, en electronen. Protonen en neuronen bevinden zich in het binnenste van de atoom; de kern. Electronen zweven in een wolk om de kern heen. Het aantal protonen dat een atoom heeft bepaald wat om voor soort atoom het gaat. Lood bijvoorbeeld heeft 28 protonen, en magnesium heeft er maar 2. Protonen hebben een positieve lading, electronen een negatieve. Het aantal protonen in de kern van het atoom moet in evenwicht zijn met het aantal electronen om de kern heen. Is dat niet het geval, dan wordt het atoom instabiel, en ontstaat er ioniserende straling, die vaak foutief radioactieve straling wordt genoemd.
Als een atoom instabiel is, wat zowel in de natuur voor kan komen, maar wat ook door middel van kernsplijting kan worden bewerkstelligd, mist hij dus een electron. Dit deeltje gaat op eigen houtje rondzwerven, en kan hierbij weer deeltjes van andere atomen losketsen. Op deze manier kan radioactiviteit zichzelf dus verspreiden. Als er in het menselijk lichaam atomen radioactief worden kan dit nare gevolgen hebben. Een lage dosis straling kan de atomen in het DNA, de erfelijke code in het lichaam, veroorzaken. Dit kan jaren later tot kanker leiden, maar kan ook afwijkingen bij het nageslacht veroorzaken. Een hoge dosis straling kan leiden tot stralingsziekte, waarbij het lichaam min of meer letterlijk uit elkaar valt. Symptomen van stralingsziekte zijn spontane brandwonden, loslaten van de huid en interne bloedingen. Het gevaar van stralingsziekte is dat de eerste symptomen bijna gelijk zijn aan de symptomen van griep, waardoor de diagnose vaak te laat gesteld wordt. Een aantal van de brandweermannen die als eerste ter plaatste waren na het ongeluk in Tsjernobyl zijn aan stralingsziekte overleden.
KERNCENTRALE TSJERNOBYL
Een kerncentrale gebruikt radioactiviteit om hitte op te wekken. Met die hitte wordt water aan de kook gebracht en de stoom hiervan wordt gebruikt om een generator te laten draaien. Door het draaien van de generator wordt electriciteit opgewekt. Om een kerncentrale veilig te kunnen laten draaien worden er veel veiligheidseisen gesteld. Zo moet de kern (waar de straling wordt opgewekt) zo goed afgeschermd worden van de buitenwereld dat er bij een ongeluk geen straling naar buiten kan lekken. Dit houdt meestal in dat de kern ingepakt is met verschillende lagen staal en beton, en dat er een betonnen koepel om de reactor wordt geplaatst. De kerncentrales in West Europa en in de Verenigde Staten zijn op deze manier beveiligd.
De kerncentrale in Tsjernobyl was dat echter niet. Hoewel kerngeleerden in de Sowjet Unie op de hoogte waren van de gevaren die dat met zich meebracht, kwamen ze hiermee niet naar buiten. In de Sowjet Unie was men gewend vooral niet tegen hogere machten in te gaan, de geschiedenis had hen geleerd dat dit vaak met de dood moest worden bekopen. Dus werd de centrale ondanks de slechte beveiliging in gebruik genomen. De centrale draaide goed en de zorgen van de wetenschappers leken voor niets te zijn geweest. Totdat op een noodlottige avond in april 1986 alles mis ging.
Ten behoeve van een test met de centrale werden verschillende veiligheidssystemen uitgezet. Het koelwater raakte aan de kook en de kernreactie sloeg op hol. Dit resulteerde in een kleine ontploffing in de kernreactor. Maar door deze ontploffing werd even later een nieuwe ontploffing getriggerd, die een enorme radioactieve stofwolk de atmofeer in blies. De ramp in Tsjernobyl was een feit.
Klik hier voor meer over het ongeluk