Amsterdam, 21 juli 2007

De bagage is ingechecked, de tickets zijn gecontroleerd, en ik loop samen met mijn reisgenoten René, Laura en Jeroen over schiphol richting onze gate. Ik ben zenuwachtig, het wordt mijn eerste vlucht ooit. Als ik uit het raam kijk zie ik de gigantische toestellen over het vliegveld taxiën. Het is een komen en gaan van vliegverkeer; het ene toestel is nog niet uit het zicht verdwenen of de volgende stijgt alweer op. Onze vlucht zal gaan naar Kiev, Oekraïne.
 
 

De voorbereidingen zijn getroffen. In de Oekraine betaalt men met Hryvnia's, maar deze munt mag het land niet verlaten. Op internet hebben we echter gelezen dat je in Kiev bijna overal met dollars kunt betalen, dus heb ik alvast een envelopje dollars in mijn tas zitten. Vanuit Kiev zullen we onze reis naar Tsjernobyl vervolgen. Het gebied rond de kerncentrale in Tsjernobyl is sinds het ongeluk verboden terrein voor burgers. Om het gebied in te mogen hebben we speciale toestemming nodig van de Oekrainse overheid. Maar veel moeite kostte het niet om dit te krijgen; het reisbureau heeft alles geregeld. De geigerteller, om radioactieve straling mee te kunnen meten, was een ander verhaal. Voordat ik er eindelijk één in mijn hand had, heb ik stad en land af moeten bellen. Ik kwam er al snel achter dat een geigerteller kopen geen optie was. De prijs van een fatsoenlijk apparaat loopt al snel in de honderden euro's. Ook tweedehands was niet verstanding. Hoewel er vrij veel te koop worden aangeboden via internet, gaat het bijna altijd om apparaten waarvan de eigenaar niet weet hoe ze werken en of ze uberhaupt werken. Uiteindelijk kwam ik via via terecht bij de Universiteit Wageningen, waar ik voor een kleine vergoeding een geigerteller kon huren. Wij kunnen dus in ieder geval goed voorbereid het gebied in.

 
 

Vliegveld Kiev
 
Even later in het vliegtuig voel ik hoe we loskomen van de startbaan. Ik heb een vreemd gevoel in mijn maag en een brok in mijn keel. Ik weet dat de kans op een ongeluk in een vliegtuig kleiner is dan de kans op een auto ongeluk. Maar omdat ik alle afleveringen van 'air crash investigation' gezien heb, weet ik precies wat er allemaal mis kan gaan met een vliegtuig. Als ik de koude luchtstroom over de vleugel zie trekken, denk ik dat het toestel kerosine lekt. Ik raak bijna in paniek, maar René stelt me gerust. Hij heeft de hele wereld overgevlogen en weet precies wat er allemaal gaande is.Tegen de tijd dat we ontbijt geserveerd krijgen ben ik weer rustig. Stiekum moet ik toegeven dat ik geniet van het uitzicht. Dan komt na twee eneenhalf uur de grond weer in zicht en voor ik het weet zijn we geland in Kiev.

 
 
De eerste indruk die ik van Kiev krijg is niet al te best. De aankomsthal is grauw en kaal, en de medewerkers die onze paspoorten moeten controleren zijn niet al te vrolijk. In de toiletten vind ik een half opgerookte joint in de pot. Die hebben ze hier dus stiekem ook... Nadat onze paspoorten zeer grondig zijn geinspecteerd kunnen we eindelijk onze bagage ophalen. Met onze koffers lopen we de ontvangsthal in, waar we worden opgevangen door de chauffeur die ons van het vliegveld naar het hotel zal brengen.


 
 

Van deze man krijgen we een warm welkom, hij heeft zelfs een zakje Oekrains fruit voor ons meegebracht. Het lijkt op een combinatie van appel met peer en het ruikt heerlijk. De man stelt zich voor als George, alhoewel je dat ongetwijfeld anders zult schrijven, en neemt meteen onze bagage over. Hij gaat ons voor naar zijn auto, een zwarte mercedes bus, inclusief leren bekleding. George blijft zich verontschuldigen voor zijn slechte Engels, maar we kunnen hem prima verstaan. Later vertelt hij me dat hij een gezin heeft met vier kinderen, waarvan de oudste naar de universiteit gaat, en dat hij 14 tot 18 uur per dag werkt om zijn gezin te kunnen onderhouden. Tijdens het communistische bewind had hij een goede baan bij de overheid, maar na de val van de Sowjet-Unie verdween ook George's baan. Het werk wat hij nu doet is eigenlijk beneden zijn stand, maar je merkt aan alles dat hij er het beste van wil maken.

Nadat we bij het vliegveld weggaan, rijden we eerst een kwartier over de snelweg waar we voornamelijk bomen en gras passeren. Aan de linkerkant van de weg zien we een klein dorpje liggen, met kleine maar gezellige vrijstaande huisjes. Als we Kiev binnenrijden wordt het ineens een chaos op de weg. Het is enorm druk en je hoort overal auto's toeteren. Er zijn twee soorten auto's op de weg; splinternieuwe mercedessen, BMW's en toyota's én oude lada's. Later blijkt dat de auto's die we op de weg zien rijden een perfecte afspiegeling zijn van het leven in Kiev. Een tweedeling tussen arm en rijk, nieuw en oud, Europa en Rusland. Het communisme is al bijna 20 jaar verleden tijd, maar de tekenen ervan zijn nog steeds zichbaar. Je ziet het aan de flats, aan de sportvelden die beter onderhouden worden dan de meeste huizen, en je merkt het aan de mensen die de Sovjet tijd hebben meegemaakt. De Oekraine is geen communistisch land en ook geen kapitalistisch land. Het valt tussen het kastje en de muur. Oude vrouwen die moeten bedelen om te overleven zijn een stille getuige van het gat waar het land zich in bevind.

 
 


Terwijl we de ene vervallen flat na de andere passeren waarschuwt George ons dat ons hotel in een slechte wijk ligt. Voor het eerst tijdens onze reis begin ik te twijfelen of we er wel goed aan doen hier te komen. Maar als we afgezet worden bij ons hotel blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Hotel Spartak is gezellig en schoon, de bedden liggen heerlijk en iedere kamer heeft een eigen badkamer, met bad! We worden vriendelijk ontvangen en naar onze kamers gebracht. Het enige minpunt wat ik kan bedenken zijn de lelijke mintgroene muren in de gangen. Maar ik denk dat ik daar wel mee kan leven.

Als we even later besluiten naar het centrum te gaan doet het eerste probleem zich voor. Hoewel op internet valt te lezen dat je in Kiev overal met dollars kunt betalen, blijkt dat niet het geval. We kunnen de dollars wel inwisselen voor Hryvnia's, maar dat kan alleen in het centrum. En om in het centrum te komen moeten we de bus pakken, waar je alleen maar in hryvnia's kunt betalen. Gelukkig kunnen we in de bar van het hotel een briefje wisselen. Het volgende communicatieprobleem ontstaat als we vragen naar de tijden waarop de bus rijdt. Het personeel kijkt ons niet begrijpend aan. Als we bij de bushalte aankomen begrijpen we waarom. In Kiev doen ze niet aan bustijden, maar de bussen rijden in een onafgebroken stroom af en aan. Voor minder dan 5 eurocent per persoon brengt de bus ons naar het centrum. De bussen zijn vol en heet en vooral heel erg hobbelig. Het is niet makkelijk je evenwicht te bewaren als je een staanplaats hebt, zelfs niet als je je vast kunt houden aan een stang.

 
Hotel Spartak

Na een kwartier in de bus komen we in het centrum van Kiev aan. Een complete tegenstelling van de wijken die we tot nu toe gezien hebben. Alles in het centrum is groot en luxe. Het grote plein in het centrum, het onafhankelijkheidsplein, staat vol met fontijnen. Op een heuvel staat een enorm televisiescherm opgesteld waar reclame wordt uitgezonden, maar wat ook gebruikt wordt om voetbal wedstrijden op uit te zenden. Ook de terrasjes zijn een verademing. Voor een euro krijg je een halve liter bier, en voor 60 eurocent heb je daar ook nog een pakje sigaretten bij. De zon schijnt, het is warm in Kiev, maar niet drukkend, zoals in Nederland. We zijn alle vier onder de indruk van deze mooie kant van de stad, met haar gouden koepels en fontijnen.

Als we 's avonds weer in het hotel terugkomen praten we met Alex, die zo'n 240 uur per maand in hotel Spartak werkt. Alex is van onze leeftijd en spreekt een aardig woordje Engels. Dat is erg prettig, want met het Engels van de Oekrainers is het niet goed gesteld. Alex is gek op auto's en verzamelt hier filmpjes van op zijn mobiele telefoon. Weer zo'n tegenstelling. Hij verdient zo'n 200 euro per maand en woont daarvan in een flat bij het hotel in de buurt, waar de huur 50 euro per maand van bedraagt. De flats zien er verschrikkelijk verouderd uit, de verf is afgebladderd en delen van de muren laten los. In de kleine portiekjes is geen verlichting en ook ontbreekt er de lift. Tussen de flats liggen niet eens verharde wegen, alleen zandpaden. Toch heeft iedere jonge man of vrouw hier de nieuwste mobile telefoons. Alex is leuk en vrolijk en ook niet bepaald lelijk om te zien. Hij maakt dat we ons allemaal thuisvoelen in het hotel.

Als Alex hoort dat we de volgende dag Tsjernobyl zullen bezoeken, verklaart hij ons voor gek. Maar hij is wel nieuwsgierig. Later stelt hij ons voor aan Sacha, mededirecteur van het hotel. Sacha heeft nog gediend in Afganistan, samen met zijn broer. Hij is vooral gek op wodka en leert ons het gebaar dat men daar gebruikt om 'drinken' aan te geven. Hij verteld nog veel meer, maar het is niet allemaal even makkelijk te volgen. Alex doet zijn best om alles te vertalen, maar op sommige gedeeltes laat ook zijn Engels hem in de steek. Ik besluit dat het het beste is als ik Oekraïens ga leren, zodat ik tijdens een volgend bezoek in ieder geval versta waar de gesprekken over gaan.