Pripyat is de grootste stad in de afgesloten omgeving rond de kerncentrale. Voordat het ongeluk gebeurde was pripyat een levendige stad. Het was een jonge stad, nog niet heel lang geleden uit de grond opgetrokken, en gebouwd om de medewerkers van de kerncentrale en hun gezinnen te huisvesten. De stad was mooi en levendig. Kinderen speelden in de straten en er was een klein pretpark in aanbouw.
Toen de kerncentrale al haar radioactiviteit de lucht in blies, stonden de bewonders van Pripyat het schouwspel te bekijken. Het moet een prachtig gezicht zijn geweest. Toen ze later geevacueerd werden lieten ze zich zonder al te veel tegenstand meevoeren. Ze moesten alles achterlaten. Zelfs hun huisdieren, omdat de vacht van de honden en katten al ernstig radioactief was. De mensen van Pripyat dachten dat het niet uitmaakte, ze zouden toch binnen een paar dagen weer terug zijn. Maar geen van hen is ooit meer naar huis teruggekeerd, en Pripyat zal altijd een spookstad blijven.
Pripyat wordt ook wel 'de dode stad' genoemd, maar eigenlijk is die naam niet helemaal correct. Want nu er geen mensen meer in de stad zijn, kan de natuur haar gang gaan. Pripyat is veranderd van een typische communistische stad, waar iedereen dezelfde woning had, in een natuurreservaat. De gebouwen worden oud en beginnen te vergaan, af en toe stort er iets in. Maar na 20 jaar verlatenheid is zijn de gebouwen nog lang geen ruines.
Er waren geruchten dat de Oekraiense overheid vind dat het tijd is om 'de rommel' op te ruimen, en de hele stad met de grond gelijk te maken. Dit is echter niet waar. De sloop van Pripyat zou zoveel radioactief stof verspreiden dat het op zijn minst overantwoordelijk zou zijn deze stad af te breken. Pripyat blijft staan als stil bewijs van het ongeluk en is een erfenis aan volgende generaties.